Orgels Orgels


De orgelgeschiedenis van de Dorpskerk

1871- De eerste steen voor de Dorpskerk is gelegd in 1862. Kennelijk is er de eerste jaren zonder orgel gezongen want de orgelgeschiedenis van de hervormde gemeente Wezep-Hattemerbroek gaat terug tot het jaar 1871.

Op 22 januari van dat jaar werd in de Dorpskerk een orgel in gebruik genomen. Het orgel was nota bene geschonken door de toenmalige burgemeester en lid van de Eerste Kamer, Mr. C.R.J. Nobel.

Het betrof een bestaand orgel, afkomstig uit de hervormde kerk van Laren (Gelderland). Het orgel werd geplaatst door de orgelmaker Leichel, destijds orgelmaker te Dusseldorp. Vermeldenswaard is dat de galerij waarop het orgel werd geplaatst gemaakt werd door gemeenteleden, ook toen werden gemeenteleden volop ingeschakeld bij bouwactiviteiten en dat is altijd zo gebleven!

1885- Reeds in 1882 was geconstateerd dat het orgel ‘in slechten en ondoelmatigen toestand’ verkeert. Op een aanbod van orgelmaker Z. van Dijk voor een ander orgel wordt echter niet ingegaan. De kerkvoogdij had kennelijk een ander prioriteitenlijstje of er was misschien gewoon geen geld. De materiële welvaart in Wezep was nog niet bepaald groot.

In 1885 was de kerkvoogdij wel genegen in te gaan op een aanbod van orgelmaker van Gelder te Leiden. Hij biedt een orgel aan voor een bedrag ad ƒ 1.500,--. Volgens organist J. Koops is het zeer geschikt voor de Dorpskerk. Het moet een instrument geweest zijn met nogal wat ouder pijpwerk, maar daarover verderop meer.

Volgens gemeentelid, wijlen dhr. H.H. Kok, die de geschiedenis van de orgels in de Dorpskerk op een rijtje heeft gezet, had het orgel tenminste 8 stemmen. Wat er met het oude orgel is gebeurd vermeld de geschiedenis niet. Op 4 november 1885 wordt het orgel feestelijk in gebruik genomen. De snelheid van de orgelbouwer wekt overigens verbazing. Het besluit tot aankoop is genomen op 7 oktober 1885!


Het Van Gelderorgel • 1885

1900- Reeds in 1900 komen er klachten over het functioneren van het orgel. De kerkvoogdij vraagt in 1901 bij drie orgelbouwers offertes op, maar besluit eerst alleen tot een noodreparatie.

1904- Orgelmaker Proper uit Kampen komt met een plan het orgel ‘geheel te restaureren en verzwaren zodat er nooit geen ommezien meer naar is’. Dat laatste lijkt toch wel een erg grote toezegging! De Kerkvoogdij stemt in met het voorstel van Proper en een ingrijpende restauratie volgt.

1939- Kennelijk heeft Proper toch wel goed werk afgeleverd, eerst in 1939 volgt een nieuwe episode. Niet dat er weer klachten waren over het orgel, maar de toename van het aantal hervormden in Wezep noopte tot een verbouwing van de kerkzaal. Op de plaats van het oude orgel wordt de huidige torenkamer gerealiseerd. Het bestaande orgel wordt geplaatst op een nieuw gebouwde galerij. Daarbij wordt het instrument uitgebreid van 8 naar 14 stemmen. De werkzaamheden worden uitgevoerd door de orgelmakers Valxks en Van Kouteren uit Rotterdam. De mooie kas van het oude Van Gelderorgel sneuvelt helaas bij deze verbouwing. Het orgel krijgt een front met een open opstelling, heel gangbaar in die dagen. Het bestaande binnenwerk van het orgel wordt overigens wel grotendeels gehandhaafd.

1967- Het door Valxks en van Kouteren gerealiseerde orgel was in 1965 aan het eind van het latijn. Orgelbouwer Boegem uit Amsterdam krijgt opdracht om met gebruikmaking van alle goede materialen uit het oude instrument een instrument te realiseren. Op 27 oktober 1967 wordt het nieuwe instrument in gebruik genomen, met orgelspel van dhr. H. Plender die muziek van o.a. Jan Zwart en Max Reger brengt. Het orgel telt dan 24 stemmen, verdeeld over Hoofdwerk, Rugwerk en Pedaal.


Het Valxks en Van Kouterenorgel   


Het Boegemorgel

1982- Echt tevreden was men in Wezep niet over het resultaat van Boegem. Het werk van Boegem was niet echt duur, maar het was kwalitatief ook niet hoog staand wat deze orgelmaker had gerealiseerd. Het orgel bevatte een harde en onbuigzame klank. Het bekende verhaal van klacht op klacht over het funct-ioneren van het orgel en noodgreep op noodgreep leek zich al spoedig na de ingebruikname weer te herhalen. 

Al in 1976 werd een advies ingewonnen van de landelijke herv. orgelcommissie. Het advies was duidelijk, het orgel voldeed geenszins. Uiteindelijk werd in 1980 besloten de opdracht tot de bouw van een geheel nieuw orgel te gunnen aan Verschueren Orgelbouw te Heythuysen. 

Het is het eerste geheel nieuwe orgel dat in de Dorpskerk geplaatst is. Dit instrument telt 19 registers, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal.
Het materiaal uit het oude orgel wordt verkocht aan de orgelmaker Verschueren. De orgelcommissie achtte het niet mogelijk dit materiaal in te passen in het nieuwe klankconcept dat men voor ogen had. Vermeldenswaard is dat een nieuwe galerij gerealiseerd moest worden voor dit orgel, gebouwd door: jawel, vrijwilligers. Ook veel ander vrijwilligerswerk droeg bij aan kostenbesparing. Daardoor kunnen de kerkgangers in de Dorpskerk genieten van een extra register, de Gamba op het Bovenwerk. Het nieuwe orgel werd op 27 februari 1982 in gebruik genomen. Op 9 maart 1982 wordt het orgel gepresenteerd in een concert door de heer A. van Beek, adviseur bij de bouw.

Met dank aan: wijlen dhr. L. Geleijnse en wijlen dhr. H.H. Kok voor hun bijdrage aan de orgelgeschiedenis van de orgels in de Dorpskerk en Vredeskerk van Wezep.

Dispositie Verschuerenorgel
Hoofdwerk                                   
Prestant 8'                                    
Bourdon 16'                                
Holpijp 8'                                     
Octaaf 4'                                    
Fluit 4'                                          
Quint 3'                                         
Octaaf 2'                                    
Mixtuur (bas-diskant)                  
Trompet 8' (bas-diskant)            

Borstwerk
Prestant 4'
Gamba 8' (diskant)
Holpijp 8' (bas-diskant) 
Fluit 4'   
Nachthoorn 2'
Flagelot 1'
Cornet 3 st (diskant)
Vox Humana 8'
Tremulant

Pedaal
Subbas 16' 
Prestant 8'
Fagot 16'   

Koppels
Hoofdwerk - Borstwerk
Pedaal - Hoofdwerk
Pedaal - Borstwerk


Huidige speeltafel


Het Verschuerenorgel in de Dorpskerk

Een vervolg in Maastricht

In het voorgaande werd al gesteld dat het Van Gelderorgel veel oud pijpwerk bevatte. Dat was al in 1979 gebleken toen de adviseur onderzoek deed naar het pijpwerk in het oude Dorpskerkorgel. Er werd toen vermoed dat veel pijpwerk dateerde uit de 18e eeuw. Het werd een zuidelijk karakter toegeschreven.

In 1992 werd het in 1982 verkochte oude materiaal van het Dorpskerkorgel gebruikt voor een uitbreiding van het orgel in de St. Janskerk te Maastricht.
Dat orgel was in de loop der jaren behoorlijk aangetast. Het werd oorspronkelijk gebouwd door de orgelfirma Binvignat en Houtappel (1780). In een 7-tal registers (voornamelijk in het Positif) van dit 25 stemmen tellende instrument is dit materiaal aan een nieuw orgelleven begonnen, zoals al een aantal malen het geval was! 


Het Wezeper materiaal schijnt prima te passen in het Binvignatorgel!
 




Orgels in de Vredeskerk

1974- De Vredeskerk (bij de bouw heette het nog Kerkelijk Centrum) werd in gebruik genomen. Reeds tijdens de bouw keek men onder impuls van ds. Romein uit naar een orgel. Na diverse malen het oor ergens te luister hebben gelegd werd er voor de kerk een orgel aangeschaft van de orgelmaker Van Vulpen. Het werd in het najaar van 1974 opgeleverd met 6 stemmen, te weten : Manuaal I: Prestant 4’ Holpijp 8’ Mixtuur II-III st. Manuaal II: Gedektfluit 4’ Holpijp 8’ Octaaf 2’


Het Van Vulpenorgel na 1975

Bij de bouw werd ruimte gereserveerd voor, een Woudfluit 2’ op het eerste manuaal, een Nasard 2 2/3’ op het tweede manuaa en een Subbas 16’ op het pedaal. Het orgel kostte destijds ƒ 34.600,-- excl. BTW. Het betreffende concept van dit orgel is door de orgelmaker vaker toegepast. Een zelfde orgel in Amersfoort was de inspiratiebron voor de gemaakte keuze.

1975- Op 7 maart 1975 werd opdracht gegeven voor de uitbreiding van het orgel met de gereserveerde stemmen, kosten ƒ 11.950,-- excl. BTW. Er werd gekozen voor een Nasard 2/3’ en Woudfluit 2’! Het orgel werd destijds gebruikt in een veel kleinere kerk.

De Vredeskerk is in de loop der jaren behoorlijk uitgebreid. Dat is ook de reden geweest dat in de loop van de jaren behoefte ontstond aan een orgel met meer draagkracht. Ondertussen moet hulde gebracht worden aan al die organisten die jarenlang met grote inzet de erediensten met dit goede maar te kleine instrument begeleid hebben.


Speeltafel voormalig Van Vulpenorgel

1994- In januari schrijft de kerkenraad van wijk 2 aan de kerkvoogdij dat zij een onderzoek naar de mogelijkheden van een draagkrachtiger orgel ondersteunt. De kerkvoogdij besluit uiteindelijk de vervanging van het orgel op de prioriteitenlijst te zetten.

In 1999 is er door de adviseur van de orgelcommissie der Nederlandse hervormde kerk een advies uitgebracht waarin nog eens bevestigd werd dat vervanging van het orgel door een meer draagkrachtig instrument noodzakelijk was.

Sinds die tijd is uitgezien naar tweedehands orgel dat ook paste binnen de eisen die gesteld werden door deze orgeladviseur. En uiteraard waren er binnen de gemeente ook wel ideeën over de eisen waaraan een ander orgel zou moeten voldoen. Er werd gezocht naar een tweedehands orgel, omdat het bouwen van een nieuw orgel tot een te zware financiële last zou leiden voor de gemeente.

Deze zoektocht naar een tweedehands orgel heeft enkele jaren geduurd, zonder aanvaardbaar resultaat. Uiteindelijk werd kennis genomen van een aanbieding van orgelmaker Van Vulpen. Een jubileum instrument ter gelegenheid van het 60 jarig bestaan van deze orgelbouwer.

Het is opnieuw een instrument met een evenknie. Een vergelijkbaar exemplaar werd in december 2001 in gebruik genomen in de Gereformeerde Kerk te Meerkerk. Een echt punt van discussie was de vraag of er op het Borstwerk nu een Woudfluit 2 of Nasard 3 gedisponeerd moest worden, uiteindelijk is gekozen voor een Nasard. 

We hopen dat het nieuwe instrument nog generaties lang in Wezep mag bijdragen aan de eredienst, tot lof van God!

Het bestaande orgel werd uiteindelijk verkocht aan de gereformeerde Kerk te Leeuwarden, waar het sedert februari 2002 dienst doet in de eredienst. We bewaren er goede herinneringen aan.

Met dank aan: wijlen dhr. L. Geleijnse en wijlen dhr. H.H. Kok voor hun bijdrage aan de orgelgeschiedenis van de orgels in de Dorpskerk en Vredeskerk van Wezep.

Orgelbeschrijving

Het nieuwe orgel vertoont verwantschap met enkele eerder door de Gebr. Van Vulpen gemaakte instrumenten. Hierbij kan gedacht worden aan orgels opgeleverd in Ede, Bilthoven, Gronau (Duitsland), Salzburg (Oostenrijk) en Lexmond (Lux Mundi). Hoewel deze orgels, alle met twee manualen en vrij pedaal, onderling in- en uitwendig duidelijk verschillen, is het belangrijkste kenmerk dat het bovenmanuaal als borstwerk is uitgevoerd en dus een eigen windlade heeft.


Dit orgel is gemaakt in een kast van massief eikenhout. Het instrument is in de Vredeskerk op afstand van de muur van de kerkzaal geplaatst, daar het orgel via de achterzijde gestemd dient te worden. Hiervoor is aan het orgel ter hoogte van het hoofdwerk een stemvloer aangebracht.

    
De manualen - als staartklavieren uitgevoerd - zijn, evenals het pedaalklavier, van eikenhout vervaardigd. De onder-toetsen zijn belegd met been. De boventoetsen zijn van ebbenhout, evenals de registerknoppen, registerplaatjes en de klavierlijst.


Het pijpwerk van de metalen pijpen is door de orgelmaker vervaardigd uit zelf gegoten orgelmetaal. De prestantregisters met een legering van 30% tin en 70% lood, de fluitregisters van bijna 100% lood en de frontpijpen (Prestant 8’ vanaf G) van 75% tin en 25% lood en gepolijst. De labia van de frontpijpen zijn met bladgoud verguld. Ten behoeve van de Dulciaan 8’ zijn im eigen werkplaats messing kelen en tongen vervaardigd.

De Subbas is geheel van eikenhout. De grootste pijpen hiervan zijn tegen de achterzijde van de orgelkas geplaatst. De corpera der metalen pijpen zijn naar boven toe dunner uitgeschaafd.


Voor de windvoorziening is in de onderkas van het orgel een spaanbalg opgesteld, terwijl de windmachine in een geluiddempende kist is geplaatst. Het orgel heeft eiken windladen. Het hoofdwerk is achter de frontpijpen opgesteld. Direct daaronder is het borstwerk gesitueerd. De pedaallade bevindt zich in de onderkas. De wellenborden zijn geheel van eikenhout. De abstractuur is van grenen en het draadwerk is van messing. De registertractuur bestaat uit eiken trekstokken en eiken sleepverbindingen. De walsen en walsarmen zijn van vierkant staal. Alle conducten naar frontpijpen en afgevoerd pijpwerk zijn van lood.

Het uitgangspunt voor mensuurbeeld en factuur is afgeleid van een klankbeeld gebaseerd op die van het oudhollandse orgel. 

Luisterfragment Lied 481 Lvk
Luisterfragment Lied 305 Lvk


Dispositie hoofdwerk                 

Prestant 8’                                         
Holpijp 8’                             
Octaaf 4’                             
Quintfluit 3’                         
Octaaf 2’              
Mixtuur 2-3 st.
Sesquialter 2 st.
Dulciaan 8’

Borstwerk 
Gedekt 8' 
Spitsluit 4'
Nasard 2 2/3'
Cornet 3 st.

Pedaal
Subbas 16'

Koppelingen
Hoofdwerk / Borstwerk (schuifkoppel)
Pedaal / Hoofdwerk
Pedaal / Borstwerk

Tremulanten
Hoofdwerk en borstwerk

 

terug