Geschiedenis Geschiedenis

Geschiedenis Hervormde Gemeente Wezep/Hattemerbroek
door P. Zunderman

Overzicht
(Klik op een titel van een hoofdstuk om hiernaar toe te gaan)


Inleiding
Hieronder vindt u een samenvatting van de geschiedenis van het ontstaan van de Hervormde Gemeente Wezep - Hattemerbroek.
De in het onderstaande verhaalschuin weergegeven regels zijn de letterlijke weergave van gedeelten uit de officiële stukken.
Terug naar boven

Voorgeschiedenis
In de zeventiende eeuw hoorde de buurtschap Wezep bij het ambt van Heerde en het Schoutambt van Hattem.
In deze buurtschap wonen mensen die door de afstand van meer dan een uur van hun woonplaats tot de kerk nauwelijks ter kerke gaan en "in onkunde en buyten oeffeninghe en onderwijsinghe van Godts Heylijck Woordt in ongebondentheyt leven". Aan het eind van deze eeuw wordt aan de Staten verzocht om een jaarlijkse toelage "tot onderhoud van een stichtelijk en bekwaam cathechist en schoolmeester", te meer daar de jonkeren van het ambt Heerde en de magistraat van Hattem zich bereid verklaard hebben "tot soo een pieus en hoogh vereyscht werk" ook jaarlijks te willen bijdragen.
Er wordt een klacht ingediend, uitgaande van de ingezetenen zelf, uitmakende twee à drie en zeventig huizen en huisgezinnen met tweehonderd drie bejaarde personen en honderd twee en vijftig kinderen. Zij doen het verzoek een bekwaam persoon te mogen aanstellen ter onderwijzing van ouderen en bejaarden in de gronden der religie en die tegelijk den schooldienst voor de jeugd kan waarnemen.
In 1720 wordt dit verzoek toegestaan mits de benoemde persoon door een predikant geëxamineerd was en krijgt Wezep een "school en cathegiseermeester", die door het kwartier bezoldigd wordt.
Uit het bovenstaande blijkt wel dat de mensen in Wezep het maar erg lastig vonden, dat de kerk zo ver weg was. Door het kleine aantal inwoners was het in de 17e en 18e eeuw niet mogelijk een eigen kerk te stichten. Maar de bevolking nam toe, evenals het ongenoegen. Hieruit zou verklaard kunnen worden dat omstreeks 1850 in Wezep de in de volksmond genoemde "Pietieskarke" gevonden kan worden. Het zou echter ook een separatistische groep geweest kunnen zijn. Zeker is, dat in die tijd in Wezep "kerk" gehouden werd of kerkje gespeeld werd onder leiding van ene Derk van Enk.
Per 1 januari 1818 werd het Schoutambt Hattem van de gemeente Hattem losgemaakt en bij de gemeente Oldebroek gevoegd. Kerkelijk behoorde dit gebied nog steeds onder Hattem
In 1840 werd tussen de gemeente Oldebroek en de Hervormde Diaconie van Hattem een overeenkomst gesloten over de armenzorg in het voormalig Schoutambt Hattem.
Het verlangen naar een eigen kerk bestaat al een tijd. De "afgescheidenen" hadden zelf al een kerk gesticht. Dit zal zeker ook een stoot gegeven hebben om over een eigen kerk te gaan nadenken. Omstreeks 1850 wordt een commissie gevormd die aan het werk moet om te komen tot de stichting van een Hervormde Gemeente in Wezep. In deze commissie hebben in ieder geval zitting gehad: Jacob Koops, Gerrit Puttenstein, Hermen Jan Volkers, Asjen van Enk en Jan Willem Spronk.
Terug naar boven

Naar de stichting van de Hervormde Gemeente te Wezep
In 1856 wordt de eerste stap gezet om te komen tot het stichten van een zelfstandige Hervormde Gemeente te Wezep.
De commissie richt een verzoek hiertoe aan Koning Willem II der Nederlanden, waarin het volgende wordt gevraagd:
een vergunning tot het stichten van een Hervormde Gemeente in Wezep,
het bouwen van een kerkgebouw en een pastorie,
een Rijkssubsidie van 4000 gulden,
een jaarlijks traktement voor de te benoemen predikant van 600 gulden,
de te benoemen kerkenraad toe te staan een vrij beroep uit te brengen op een predikant, zowel de eerste maal als later
Het verzoek is ondertekend door de heren J. Koops, J.W. Spronk Gzn en A. van Enk.
Bij dit verzoek is een lijst met argumenten gevoegd. De belangrijkste zijn:
de afstand tot de kerk bedraagt nu twee uren (naar Heerde) of ruim één uur (naar Hattem)
de bevolking heeft hierdoor niet de gelegenheid haar openbare godsdienstplichten te vervullen
het zielental van de Nederduitsch Hervormden bedraagt in Heerder-Wezep, Hattemer-Wezep en Voskuil 707 en in het westelijk gedeelte van de buurtschap Hattemerbroek 150, dus samen 857 zielen.
een lijst van hen die zich tot het geven van giften hebben verbonden; het totale toegezegde bedrag is drie duizend gulden.
berekend is dat nodig is elf duizend gulden voor de aankoop van grond en de opbouw van de kerk en de pastorie.
de kosten voor het onderhoud van de gebouwen, de kosten van de eredienst en het aandeel in het traktement van de predikant (400 gulden terwijl een traktement van duizend gulden nodig wordt geacht) zullen betaald worden uit:
de verhuur van de zitplaatsen in de nieuwe kerk
de collecten bij de godsdienstoefeningen
een hoofdelijke omslag als de verhuur van zitplaatsen en de collecten niet voldoende opbrengen.
er is een tekort van acht duizend gulden; verzocht wordt of de staat hiervan de helft wil schenken; de andere helft wordt gevraagd aan de Synode.
Ook richten zich 81 lidmaten tot de Synode, waarbij zij te kennen geven "dat zij, overtuigd van de noodzakelijkheid om eene afzonderlijk hervormde gemeente te Wezep, gemeente Oldebroek, daar te stellen, zich bij request tot Zijne Majesteit den Koning gewend hebben; dat zij de vrijheid nemen een afschrift van dat request, mitsgaders van het daarbijgaande aan de Hooge Kerkvergadering te doen toekomen; dat de gronden voor hun verzoek in het adres zijn vermeld; dat zij op die gronden de ondersteuning van de Hooge Kerkvergadering van hun verzoek bij Z. M. den Koning verzoeken en tevens eerbiedig vragen, dat het de Hooge Kerkvergadering moge behagen hun te verleenen eene subsidie van vier duizend gulden uit het fonds voor noodlijdende kerken om daardoor tot de vestiging der nieuw te stichten gemeente te kunnen geraken".
Ook uit de directe omgeving krijgt men grote steun.
In 1856 wordt een perceel grond aangekocht voor een som van f. 2100, - ten behoeve van de op te richten kerkgemeente der Hervormden te Wezep.
Terug naar boven 

En dan komt in Mei 1862 het Het Koninklijk Besluit
Wij Willem III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot hertog van Luxemburg, enz, enz, enz.
Gehoord de voordragt van Onzen Minister voor de Zaken der Hervormde Eeredienst enz. van den 6 Mei 1862 No. 11, omtrent adressen van de Commissie tot Stichting eener zelfstandige Hervormde gemeente te Wezep c.a., strekkende om de buurtschappen Heerder-Wezep, Hattemer-Wezep, Voskuil en Hattemerbroek, kerkelijk behoorende onder de Hervormde gemeente van Heerde en Hattem, te erkennen als eene zelfstandige Hervormde gemeente Wezep c.a. met een eigen ten deele uit 's Landskas te bezoldigen predikant, en magtiging te verleenen tot stichting eener kerk en pastorij voor deze nieuwe gemeente.
In aanmerking nemende dat genoemde Buurtschappen van de respectieve kerkgebouwen te Heerde en Hattem van ½ tot 2 uur verwijderd zijn, en haar zielental p.m. 850 bedraagt, dat er genoegzaam verzekerd vooruitzicht bestaat dat in de stichting van kerk en pastorij, buiten bezwaar van den lande zal kunnen worden voorzien, en dat de voortdurende uitbetaling eener gemeentelijke bijdrage van f 400,- 's jaars tot het predikantstractement voldoende is gewaarborgd.
Hebbende goedgevonden en verstaan:
de buurtschappen Heerder-Wezep, Hattemer-Wezep, Voskuil en Hattemerbroek, kerkelijk behoorende onder de Hervormde gemeente van Heerde en Hattem, te erkennen als eene zelfstandige Hervormde gemeente Wezep c.a.
magtiging te verleenen tot het stichten van kerk en pastorij voor deze nieuwe gemeente, voorbehoudens een nader onderzoek omtrent de plaatsing der kerk indien zulks in den tegenwoordigen stand der zaak nog mogt blijken te worden vereischt.
Onze Minister voornoemd te magtigen om, wanneer de kerk en pastorij zullen zijn gesticht, en een kerkeraad, mitsgaders een Collegie van kerkvoogden en een Collegie van Notabelen bij de Hervormde gemeente Wezep c.a. geconstitueerd zullen zijn, aan die gemeente vrijheid te geven tot het beroepen van een eigen, ten deele uit 's Landskas, te bezoldigen predikant.
Voor het tractement van dien predikant toe te zeggen eene jaarlijksche bijdrage uit ‘s Rijkskas van f 400,- (vierhonderd gulden) bij gelijk bedrag vanwege de gemeente, opdat de predikant in het genot kome eener jaarwedde van f 800,- benevens vrije woning.
Aan deze beschikking de voorwaarden te verbinden:
dat de stichting der kerk en pastorij geschiede buiten bezwaar van 's Landskas, onder goedkeuring van het Provinciaal Collegie van toezigt op de Kerkelijke Administratie der Hervormden in Gelderland.
dat het kerkelijk beheer bij voornoemde gemeente zal worden gevoerd overeenkomstig het Reglement op de Administratie der kerkelijke fondsen en de kosten van de Eeredienst bij de Hervormde gemeenten in de Provincie Gelderland.
de voldoening van het boven toegezegde predikantstractement, in te gaan met den dag waarop de te beroepen predikant zijne dienst zal aanvaarden, aan te wijzen op het Zesde Hoofdstuk der Staatsbegrooting.
Onze Minister voornoemd is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift, tot kennisgeving, zal worden gezonden aan de Algemeene Rekenkamer.
Parijs, den 11 Mei 1862
(get.) Willem
Voor begonnen kan worden met de bouw van de kerk moet wel een hobbel worden genomen: er mag geen kerk worden gebouwd binnen een afstand van 200 ellen van een bestaand kerkgebouw en de afstand tot de kerk van de Christelijk Afgescheiden gemeente is slechts 100 ellen.
Ondanks dit probleem wordt door de Gemeente Oldebroek, de Gedeputeerde Staten van Gelderland en het Ministerie van Justitie goedkeuring verleend tot de aanbesteding en de bouw van de kerk en de pastorie.
In 1862 wordt begonnen met de bouw van de kerk. Op 30 september 1862 wordt officieel de eerste steen gelegd door Mr. C.J.R. Nobel, burgemeester van de gemeente Oldebroek en lid van de eerste kamer der Staten Generaal. Leden van de bouwcommissie zijn Dr. Jhr. W.F. Trip van Zoudtlandt, Ds W.J. Jorissen, J. Koops, J.W. Spronk Gz, G. Puttenstein en A. van Enk.
Maar de Christelijk Afgescheiden gemeente laat het hierbij niet zitten. Zij dient een bezwaar in bij de koning. Dit heeft tot gevolg dat de besluiten van de Gedeputeerde Staten van Gelderland worden vernietigd. De bouw is echter al aardig gevorderd en men kan toch moeilijk de gebouwen gaan afbreken.
In oktober 1863 komt een nieuwe beschikking van de koning, waarin hij verklaart dat er in het belang van de openbare orde geen bezwaren bestaan tegen de op- en inrichting van de Hervormde Kerk te Wezep en dat het verzoek van de kerkenraad der Christelijk Afgescheiden gemeente wordt afgewezen.
Op 29 november 1863 wordt om 2 uur de kerk ingewijd.
Terug naar boven 

De grenzen van de Hervormde Gemeente Wezep
De inwoners van Wezep aan de Oldebroekse kant horen kerkelijk bij de Hervormde Gemeente van Oldebroek. Voor hen geldt hetzelfde bezwaar van de grote afstand tot de kerk in Oldebroek als voor degenen die behoren tot de kerken van Hattem en Heerde.
Zij verzoeken de Kerkenraad van Oldebroek dat als "grensscheiding tusschen de kerkelijke Gemeente van Oldebroek en die van Wezep worde aangenomen de Allee van het Landgoed Vollenhof, behoorende aan Mevrouw de Weduwe Lemker en de verlenging van deze Allee aan beide zijden zoverre de Gemeente Oldebroek zich uitstrekt"
De kerkenraad van Oldebroek geeft in een brief, gericht aan de kerkenraad van Wezep, aan, dat zij zich niet bevoegd acht tot het maken van een bepaling van een grens. Zij geeft aan dat ieder vrij moet zijn in de keuze van de kerkelijke gemeente.
In 1863 wordt de volgende omschrijving gegeven van de grenzen:
Van den Zuiderzeeschen Straatweg loopt de grensscheiding door de sloot die de scheiding uitmaakt tusschen de buitens Vollenhof en Oldhorst tot aan den bovenweg; van daar door het midden van den weg welke beoosten het dennenbosch van den Heer Swart loopt en vervolgens verlengd in eene regte lijn tot aan den nieuwen hessenweg, van welke weg de as of het midden vervolgens grensscheiding uitmaakt tot aan den weg schietende langs de Noordoost zijde van het dennenbosch van den Heer van Ingen.
Van den Zuiderzeesche Straatweg, tot punt nemende de duiker van het landgoed Vollenhof, loopt de lijn door de schouwsloot waarop die duiker uitwatert tot aan de waterheigraaf, welke waterheigraaf aldaar de grensscheiding daarstelt en vervolgens koppelsloot wordt genoemd, welke Koppelsloot wordt gevolgd tot aan de grensscheiding tusschen Oldebroek, Kamperveen en Zalk, welke grensscheiding tevens de grens der voormelde Hervormde Gemeente daarstelt, tot aan de Middeldijk.
Vanaf dat punt loopt de grensscheiding door de as of het midden van den Middeldijk tot aan den Zuiderzeesche Straatweg in het Hattemerbroek en van daar door de as of het midden van de Hattemerbroeker Steege en vervolgens van den Veldweg schietende langs de Noordoost zijde van het dennenbosch van den Heer van Ingen naar den Hessenweg.
Deze omschrijving wordt goedgekeurd door de kerkelijke gemeenten van Hattem, Oldebroek en Heerde en door de classis Harderwijk en door het Provinciaal Kerkbestuur van Gelderland.
Terug naar boven

Benoeming van de leden van de Kerkenraad
Allereerst wordt een consulent benoemd en wel ds. W.F. Trip van Zoudtlandt, predikant te Hattem.
De benoeming van de kerkvoogden en notabelen was in die tijd in handen van de koning.
Door ds. Trip van Zoudtlandt wordt in overleg met de leden van de commissie tot stichting van een zelfstandige Hervormde Gemeente te Wezep een voordracht opgesteld voor het benoemen van drie kerkvoogden, vier notabelen en twee notabelen-plaatsvervangers.
Door koning Willem III worden dan de volgende personen benoemd:
Kerkvoogden: J. Koops, G. Puttenstein en J.W. Spronk Gzn
Notabelen: A. van Enk, G. Elzerman Ezn., D. Prins en A.G. Bos
Plv. notabelen: H. Kars en J.G. Haverkamp.
In een vergadering van de "Manslidmaten" worden schriftelijk drie ouderlingen en drie diakenen gekozen. Er zijn 41 kiezers aanwezig.
Gekozen worden:
de ouderlingen Jacob Koops, Hendrik Bovendorp en Hendrikus Jonker
de diakenen Hendrik Immeker, Hendrik Blok en Asjen van Enk.
Bij gelegenheid van de inwijding van de kerk te Wezep op zondag 29 november 1863 worden deze broeders in hun ambt bevestigd door de consulent ds. Trip van Zoudtlandt.
Terug naar boven 

Zitplaatsen
De zitplaatsen in de kerk waren niet vrij, maar werden verhuurd aan de meest biedende. Hierbij werden wel enige voorwaarden gesteld:
Art. 1 De verhuring van de zitplaatsen geschiedt voor vijf weken, en wel van heden 26 november 1863, af en zal eindigen den laatsten December dezes jaars.
  • Art. 2 De huurders zullen verpligt zijn de door hen uitgeloofde huurpenningen te betalen in handen van den Administrerenden Kerkvoogd vóór of op den negen en twintigsten December dezes jaars.Art. 3 De huurders zullen niet vermogen de door hen gehuurde zitplaatsen aan anderen over te doen of in huur af te staan, zonder vergunning van Kerkvoogden.
  • Art. 4 Bijaldien Kerkvoogden te eenigertijd mogten goedvinden om eene of meer der verhuurde zitplaatsen eene andere bestemming te geven, dan zullen de huurders dier plaatsen zulks moeten toestemmen zonder daarvoor eenige vergoeding te kunnen vorderen, dan eene vermindering van den huurprijs, naar evenredigheid van den tijd die van den pachttijd nog overig is.
  • Art. 5 Kerkvoogden behouden aan zich een uur beraad na de verhuring, teneinde een of meer zitplaatsen niet uit te gunnen.
  • Toegevoegd is nog artikel 3 der Hattemse verhuurvoorwaarden:
"De huurders zullen gehouden zijn, boven en behalve hunne uitgeloofde huurpenningen te betalen, te weten,
Van eenen stoel: Een gulden vijftig centen
Van eene Bankplaats: Een gulden vijf en twintig centen".
Terug naar boven

De dienaars van het Woord
In de loop van 1867 neemt ds. Joustra afscheid van de gemeente Wezep. Hij vertrekt naar Slijk, Ewijk en Oosterhout.
Na twee vergeefse beroepen op predikanten te hebben uitgebracht, wordt ds. A.H. Duval Slothouwer op 20 October 1867 bevestigd door zijn vader.
Deze predikant gaat binnen twee jaren weg naar Kralingen. Hij wordt na vijf vergeefse beroepen opgevolgd door ds. W.M. Langenberg, komend uit Geldermalsen. Deze blijft tot 1872 in Wezep en vertrekt naar Aalst. Hij wordt opgevolgd door ds. H. Weigeman, rustend (wegens ziekte) predikant te Hierden. In 1876 vertrok hij naar Nieuw Loosdrecht.
Terug naar boven

Belangrijke feiten
Inwijding van de kerk
Op 29 November 1863 is de kerk ingewijd. Over de inwijding zijn slechts twee dingen bekend:
ds. Trip van Zoutlandt heeft gesproken naar aanleiding van Efeze 3 vers 17: "Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt".
- voor de diaconie werd in deze dienst f 24,14 ½ gecollecteerd. Opgemerkt mag worden dat dit geen onaanzienlijk bedrag was, want de volgende zondag werd voor de diaconie f 3,39 ('s morgens) en f 5,00 ('s middags) gecollecteerd.
Eerste doopdienst
Op de zondag na de inwijding, dus 6 december 1863, werd een doopdienst gehouden, waarin ds. Trip van Zoutlandt voorging. Door hem werden de volgende kinderen gedoopt:
Marrigje Kers, geb. 1 nov. 1863, dochter van Hendrikus Kers en Hendrikje Ruiter, Egberdina Lindeboom, geb. 2 sept. 1863, dochter van Steven Lindeboom en Geertje Lindeboom,
Hendrik van Pijkeren, geb. 14 nov. 1863, zoon van Lubbert van Pijkeren en Jannigje van Enk,
Jakopje Wolf, geb. 17 okt. 1863, dochter van Jacob Wolf en Fennigje Lindeboom.
Eerste nieuwe lidmaten
Een belangrijke datum in de geschiedenis van de kerk is 19 april 1865: de eerste nieuwe lidmaten van de kerk worden aangenomen. In de stukken hierover staat: "Nadat onze leeraar hen onderscheidene vragen had gedaan omtrent hunne kennis en geloof aangaande God en den weg der zaligheid en hen had gewezen op het groote gewigt en belang voor hunne ziele daarvoor, vonden wij volkomen vrijheid hen op hunne belijdenis in de schoot der gemeente op te nemen en hun het regt en de vrijheid tot de tafel des Heeren toe te staan. Nadat zij de gemeente waren voorgesteld geworden, zullen zij op den naastvolgende zondag openlijk in den morgengodsdienstoefening worden bevestigd met die plegtigheden, die zulk een oogenblik van gewigt ook voor onze gemeente vereischt".
Op de 23ste april doen openbare belijdenis: Gerrit Flier, Aalt de Haas, Willempje Immeker, Derkje Jongbloed, Gerrit Koele, Albert Knikker, Hendrikus Kroes, Jan Klein, Geertje Knikker, Elisabeth van Rijssen en Lubbert Wijnkoop.
Eerste huwelijk
Op zondag 6 november 1864 werd het eerste huwelijk kerkelijk ingezegend. Het betrof het echtpaar Jan van Unen en Lutgertje van Ommen.
In die tijd, en nog lang daarna, was het de gewoonte, dat na het burgerlijk huwelijk op een dag in de week de zondag daarop de kerkelijke inzegening plaats vond.
Eerste Koster
Op 16 december 1863 hebben de kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Wezep de heer E.van Putten, hoofdonderwijzer te Wezep, benoemd tot koster en voorzanger, "tegen het genot van een vrije zitplaats in de kerk en een tractement van vijf en twintig gulden 's jaars". De heer Van Putten kon deze benoeming niet aannemen onder de gegeven voorwaarden. Later is men wel tot overeenstemming gekomen. Hij werd benoemd tot koster, voorzanger en voorlezer en Jacob Wolff werd benoemd tot onderkoster.
Tot de functie van koster, voorzanger en voorlezer heeft ongetwijfeld ook behoord het opwinden van het torenuurwerk. In deze laatste functie werd hij in 1879 opgevolgd door Peter Drost, de smid.
Eerste kerkenraadsvergadering
Deze vergadering werd gehouden op 16 december 1863. Tijdens deze vergadering werd bepaald, dat de zittingsduur van ouderlingen en diakenen drie jaar zou zijn. Ook werd een rooster van aftreden opgesteld. Omdat er in het begin veel te regelen was, werd er op 17 december 1863 weer vergaderd. Tijdens deze vergadering werd o.a. de "Lijst van het Tractement en de gewone emolumenten verbonden aan de predikantsplaats te Wezep als volg vastgesteld:
een tractement van 's Landswege groot f 400,--
een bijdrage vanwege de gemeente groot f 400,--
een pastory met tuin die vrij zijn van huur
vrijdom van 's Rijks Directe Belastinen met de Opcenten en van de Hoofdelijken omslag der gemeente".
Tijdens deze vergadering wordt ook overgegaan tot het beroepen van een predikant. Uit een vijftal wordt met algemene stemmen tot "herder en leeraar bij de gemeente Wezep beroepen de Eerwaarde Heer Atze Sjoerds Joustra, Candidaat tot de H. Dienst bij het Provinciaal Kerkbestuur van Gelderland".
Op 10 april 1864 deed ds. Joustra zijn intrede.
"Heden was het voor de gemeente Wezep een dag van groote blijdschap, en mogt zij de verhooring harer gebeden en de bekrooning harer jaren lang zoo vurig gekoesterde wenschen aanschouwen in het eindelijk bezit van een eigen herder en leeraar".
Terug naar boven

Het kerkorgel
Op 22 januari 1871 werd het kerkorgel "aan zijne bestemming toegewijd". Dit orgel was afkomstig uit de Hervormde Kerk van Laren (Gld) en was geschonken door mr. C.J.R. Nobel, burgemeester van Oldebroek. De eerste organist is waarschijnlijk geweest Jan Koops jr. want het kasboek van de kerkvoogdij van 1874 vermeldt: aan Jan Koops jr. voor het bespelen, stemmen en trappen van het orgel f. 31, -. Hij werd in 1892 opgevolgd door P. Drost en G. Puttenstein. P. Drost is kort organist geweest, omdat hij overging naar de Geref. Kerk van Wezep. Na hem volgden nog (tot 1903): G.J. Puttenstein, H. Puttenstein,
J. Koops, J.W. Spronk en mej. J. Bosch.
Terug naar boven

In 1895 brengt ds. Schokking aan de vergadering een blijde boodschap over: "in de gemeente heeft zich een meisjesvereniging gevormd, die door het koopen en naaien van goederen ten behoeve van de armen in de gemeente wenst werkzaam te zijn".
Terug naar boven

Onderwijs
Ds. Schokking draagt het Chr. onderwijs een warm hart toe. In de notulen van 12 augustus 1896 lezen we: "Hierna stelt hij de bespreking aan de orde van de collecte voor het Christelijk onderwijs, het voornaamste punt, waartoe de vergadering bijeengeroepen was. De voorzitter leidt de bespreking hiervan kortelijk in, de noodzakelijkheid van Christelijk onderwijs als eis van Gods Woord, als onderstelling van den H. Doop en als bevorderlijk voor den bloei van de gemeente op de voorgrond stellende. Bij geen der leden bleek eenige bedenkingen hiertegen".
Terug naar boven

Predikanten van de Hervormde Gemeente te Wezep - Hattemerbroek
sedert de stichting in 1863
 
Periode Gekomen van: Predikant: Vertrokken naar:
1864 - 1867 (Candidaat) A.S. Joustra Slijk Ewijk
1867 - 1869 Ooster Wierum A.H. Duval Slothouwer Kralingen
1869 - 1872 Geldermalsen W.M. Langenberg Aalst
1872 - 1876 Em. Pred. van Hierden H. Weigeman Nieuw Loosdrecht
1876 - 1878 Muiden A.L. Gezelschap Nieuwerkerk a/d IJssel
1878 - 1881 (Candidaat) J.H. Wensinck Aarlanderveen
1882 - 1893 IJlst W. van den Bijtel Emeritaat
1895 - 1897 (Candidaat) mr. J. Schokking Koudum
1998 - 1903 (Candidaat) H. Schokking Vlaardingen
1903 - 1907 Nieuw Buinen P.J. Roscam Abbing Elden
1907 - 1911 Kockengen A.M. den Oudsten St. Maartensdijk
1911 - 1912 Bergschenhoek D. van Luttervelt Wierden
1914 - 1915 Wilnis H.A. de Geus Veenendaal
1916 - 1919 Schoonhoven D.M. Boonstra Elburg
1919 - 1933 Neerlangbroek N. Warmolz Emeritaat
1934 - 1937 Rijssen A.H.J.G. van Voorthuijzen Hierden
1937 - 1942 Renswoude B. van Ginkel Katwijk aan Zee
1943 - 1946 Garderen J.C. Terlouw Otterlo
1948 - 1952 Giessendam J.C. Stelwagen Hillegersberg
1955 - 1960 Woubrugge J. van Dijk Poortvliet
1961 - 1966 Sommelsdijk A. Gooijer Delft
1966 - 1975 Noordeloos A. Romein Ede
1969 - 1974 Bruchem en Kerkwijk P. Koeman Oene
1976 - 1990 Krimpen aan de Lek A. Boertje Emeritaat
1977 - 1984 St. Annaland J. Codee Stellendam
1984 - 1992 Wageningen J. van de Ketterij Zwartebroek
1991 - 1997 Rotterdam W. Dekker Amersfoort (IZB)
1992 - 1998 Peru (GZB) L.W. Smelt Ede
1993 - 2001 Wijk (bij Heusden) J. Harteman Hilversum
1993 - 1999 Bergambacht E.M. Bakker Emeritaat
1998 - 2005 Dirksland J. het Lam Harderwijk
1999 - 2017 Zalk J. van Holten PKN Utrecht
2001 - 2006 Sliedrecht W. Westland Ridderkerk
2001 - 2007 Nieuwer ter Aa G. van Wijk Dordrecht
2006 - 2011 Giessenburg L. Lammers Giessen-Oudekerk
2007 - ...... Ede C. van de Worp  
2008 - 2013 Arnemuiden A. Goedvree Uddel



Terug naar boven
Samenstelling: P. Zunderman

terug